Het Kodokan Goshin Jutsu, ofwel “Kodokan zelfverdedigingstechnieken”, is het meest moderne kata binnen het judo en werd in 1956 opgesteld door de Kodokan. Waar eerdere kata’s zijn gebaseerd op klassieke jujutsu, richt dit kata zich op moderne zelfverdedigingssituaties — waaronder aanvallen met messen, stokken en zelfs vuurwapens. Kodokan Goshin Jutsu laat zien hoe judoprincipes toegepast kunnen worden in hedendaagse dreigingen en is daarmee een brug tussen de traditie van judo en de praktijk van vandaag.
Doel en ontwikkeling van het Kodokan Goshin Jutsu
Toen judo zich in de twintigste eeuw verder ontwikkelde, groeide de behoefte aan een kata dat paste bij de moderne tijd en reële situaties van zelfverdediging. Jigoro Kano’s opvolgers ontwikkelden het Kodokan Goshin Jutsu om te laten zien dat judo meer is dan sport of vorm — het is ook een effectief zelfverdedigingssysteem dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden.
Het kata traint:
- Reactievermogen en timing: De technieken vereisen snelle inschatting en directe uitvoering, afgestemd op onverwachte aanvallen.
- Toepassing van judoprincipes buiten de dojo: Bewegingen zoals ontwijken, balansverstoring en controle worden gebruikt in praktische situaties.
- Vaardigheden tegen gewapende aanvallers: Judoka’s leren omgaan met aanvallen met stok, mes of pistool, inclusief ontwapeningstechnieken.
- Mentale paraatheid en zelfvertrouwen: Dit kata scherpt het besef dat verdediging niet alleen technisch, maar ook mentaal voorbereid moet zijn.
Het Kodokan Goshin Jutsu laat zien dat judo niet alleen een sport is, maar een discipline die zich richt op zelfbeheersing, veiligheid en weerbaarheid. De technieken zijn praktisch toepasbaar, maar altijd gebaseerd op de waarden van wederzijds respect en gepaste kracht. Het kata wordt vaak beoefend in voorbereiding op dangraden en is onderdeel van katawedstrijden.
Structuur van het Kodokan Goshin Jutsu
Het kata bestaat uit 21 technieken, onderverdeeld in twee groepen:
- Tegen ongewapende aanvallen (12 technieken)
- Denk aan polsgrepen, kraaggrepen, omklemmingen, stoten en schoppen.
- Tegen gewapende aanvallen (9 technieken)
- Aanvallen met een mes, stok of pistool. De nadruk ligt op ontwijken, controleren en ontwapenen.
Elke techniek wordt uitgevoerd met het oog op effectiviteit, efficiëntie en veiligheid. Er is ruimte voor interpretatie en aanpassing aan de situatie, wat dit kata levendig en realistisch maakt.