Het Itsutsu-no-Kata, letterlijk “de vorm van vijf”, is het meest abstracte en filosofische kata binnen het judo. Dit kata, dat door Jigoro Kano werd gecreëerd in zijn latere jaren, is niet gericht op specifieke technieken of zelfverdediging, maar op het uitdrukken van universele principes van beweging en kracht. Het Itsutsu-no-Kata laat zien hoe judo niet alleen een krijgskunst of sport is, maar ook een vorm van expressie die diepe natuurlijke en kosmische principes weerspiegelt.
Doel en ontwikkeling van het Itsutsu-no-Kata
Jigoro Kano ontwikkelde dit kata als een soort eerbetoon aan de krachten van de natuur en hun relatie met het menselijk lichaam en judo. In plaats van concrete worpen, laat het kata zien hoe energie stroomt, wordt opgevangen, omgeleid en gebruikt. Elk van de vijf bewegingen vertegenwoordigt een fundamenteel natuurprincipe, zoals stroming, rotatie of botsing.
Het kata traint onder andere:
- Begrip van kracht en richting: De bewegingen laten zien hoe energie zich verplaatst en hoe je daarmee om kunt gaan.
- Beheersing en vloeiendheid: Omdat er geen directe fysieke aanval is, ligt de nadruk volledig op houding, ademhaling, balans en harmonie.
- Gevoel voor timing, afstand en ruimte: De subtiele bewegingen vragen om een verfijnde motorische controle en een goed gevoel voor de relatie met de partner.
- Mentale concentratie en filosofisch inzicht: Het kata nodigt uit tot reflectie op wat judo werkelijk is: niet alleen techniek, maar ook principe, inzicht en harmonie met de omgeving.
Het Itsutsu-no-Kata bevat geen praktische technieken en wordt niet toegepast in wedstrijden of zelfverdedigingssituaties. Toch is het kata van grote waarde voor gevorderde judoka’s die hun judo willen verdiepen voorbij het fysieke niveau. Het benadrukt het principe van “ju” in zijn zuiverste vorm: meegeven, leiden, en nooit forceren.
Structuur van het Itsutsu-no-Kata
Het kata bestaat uit vijf opeenvolgende bewegingen, die elk een universeel natuurprincipe symboliseren:
- Onstuitbare kracht – een gestage, rechtlijnige kracht die alles op zijn pad meesleurt, zoals een rivier.
- Cirkelvormige beweging – een ronddraaiende kracht die controle en richting geeft aan energie.
- Botsende kracht – de ontmoeting van twee krachten, waarbij één kracht de ander absorbeert of neutraliseert.
- Beheersende kracht – een subtiele kracht die de balans van de tegenstander controleert en verstoort.
- Kosmische kracht – een open, vrije beweging die staat voor oneindigheid en de harmonie tussen mens en natuur.
De uitvoering is ritmisch, stil en ceremonieel. Er is geen aanval of verdediging in klassieke zin. Tori en uke bewegen met elkaar als in een dans, waarbij lichaamshouding, innerlijke rust en verbinding centraal staan.